Een spreker mag in diens betoog niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt deze aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
een lid deze interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 3.2.11