**1..** Indien bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
**2..** Indien ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.
**3..** Indien door de tweede stemming niet is uitgemaakt ten aanzien van welke twee personen de derde stemming noodzakelijk is, wordt door tussenstemming beslist tussen wie van degenen, die een gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd, bij de derde stemming gestemd wordt.
**4..** Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 3.3.4