In deze regeling wordt verstaan onder:
Gemeenteraad: groep gekozen volksvertegenwoordigers die het dagelijks bestuur controleert;
College: het college van burgemeester en wethouders belast met het dagelijks bestuur;
Gemeentesecretaris: de medewerker die conform artikel 100 van de Gemeentewet aan het hoofd staat van de ambtelijke organisatie;
Griffier: de medewerker die conform artikel 100 Gemeentewet griffier is van de raad;
Directie: de directie bestaat uit de gemeentesecretaris en twee directeuren die samen belast zijn met het aansturen van de ambtelijke organisatie;
Directeur bedrijfsvoering: is één van de directeuren die naast de gemeentesecretaris zitting heeft in de directie met bedrijfsvoering als aandachtgebied.
Team: zelfstandig organisatieonderdeel dat binnen de aan het team toegekende budgetten de aan haar opgedragen doelen, producten, taken en prestaties realiseert;
Senior financieel beleidsmedewerker: de ambtenaar belast met de ontwikkeling van een samenhangend, integraal middelenbeleid en -beheer (concernkaders) ten behoeve van het realiseren van door de directie gestelde doelen;
Teamcontroller: de ambtenaar die uit hoofde van zijn teamrol belast is met de ontwikkeling van een samenhangend, integraal middelenbeheer (teamkaders) ten behoeve van het realiseren van door het team gestelde doelen;
Hoofdbudgethouder: de gemeentesecretaris die uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk is voor de beheersing van de budgetten om de daarbij behorende doelen, producten, taken en prestaties te realiseren en geraamde baten te innen;
Budgethouder: de ambtenaar die uit hoofde van zijn teamrol bevoegd is om namens het team te beschikken over een toegekend budget om de daarbij behorende doelen, producten, taken en prestaties te realiseren of geraamde baten te innen;
Besteller: de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie bevoegd is om bestellingen te plaatsen en opdrachten te verstrekken ten laste van specifieke budgetten om de daarbij behorende doelen, producten, taken en prestaties te realiseren of de geraamde baten te realiseren;
Beheersing: het beheren van de middelen binnen de kaders van de productenraming;
Budget: de middelen die in de productenraming door het college beschikbaar zijn gesteld om een samenhangend geheel van doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken te realiseren;
Krediet: de middelen die beschikbaar zijn gesteld om een specifieke prestatie, product of investering te realiseren;
Administratieve begrotingswijziging: betreft een begrotingswijziging die noch het saldo van de totale begroting noch het saldo van baten en lasten van programma’s wijzigt.