Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

– De procedure

Onderdeel van Beleidsregels gedragsaanwijzing woonoverlast Kerkrade

De procedure die wordt gevolgd alvorens het besluit tot het opleggen van een Gedrags-aanwijzing wordt overwogen omvat in ieder geval de volgende stappen: Eerste stap: Melding of signalering Door of namens omwonenden kan woonoverlast rechtstreeks worden gemeld bij de gemeente. Professionals uit het sociale domein, de zorg- of de justitiële keten, melden woonoverlast overeenkomstig de procedure IAWW bij het Meldpunt Overlast van de gemeente. Tweede stap: Vaststellen, verificatie en beoordeling van de woonoverlast Aan de hand van documenten of andere bewijsstukken wordt de woonoverlast naar aard, ernst, duur en structureel karakter, zo mogelijk multidisciplinair beoordeeld, waarbij in beeld wordt gebracht wat is ondernomen om deze overlast tegen te gaan en wat hiervan het resultaat was. De woonoverlast wordt naar zijn aard en duur aangetoond en geobjectiveerd op basis van feitelijke gegevens en informatie. De IAWW-procedure van melding en beoordeling is van toepassing. Derde stap: Samenstelling zaaksdossier Om rechtmatig een Gedragsaanwijzing op te kunnen leggen dient de burgemeester te beschikken over de relevante documenten en andere bewijsstukken die het bestaan en de aard van de woonoverlast aantonen en die geschikt zijn om zijn beslissing te onderbouwen. Namens de burgemeester worden deze stukken samengebracht en geordend in een dossier. De inhoud van het dossier is een verantwoordelijkheid van diegenen die de betreffende stukken aanleveren. Tot inhoud van een zaaksdossier behoren: • klachten en meldingen als bedoeld onder Eerste Stap • gedocumenteerde waarnemingen • documenten uit de politiesystemen waaronder mutaties, processen-verbaal (sfeer-) rapportages, enz. c.q. kopieën daarvan • gespreksverslagen en verslagen van overleg, waaronder multidisciplinaire overlegrondes in het kader van IAWW • stukken opgemaakt in het kader van Buurtbemiddeling • gedocumenteerde beoordelingen als bedoeld onder de Tweede Stap. Vierde stap: Voorbereiding besluitvorming omtrent opleggen Gedragsaanwijzing De burgemeester neemt in een concreet geval een beslissing inzake de toepassing van artikel 2:218 APV nadat hij daartoe een onderbouwd voorstel heeft ontvangen van het hoofd OOV. Het voorstel van het hoofd OOV bevat tenminste: • een beschrijving van gedocumenteerde aard, omvang, ernst en duur van de woonoverlast; • een gedocumenteerde beoordeling waaruit blijkt dat het om ernstige en structurele overlast gaat; • een onderbouwde verklaring dat elk ander relevant middel is geprobeerd om de woon-overlast tegen te gaan en dat dit geen of onvoldoende resultaat had. • een onderbouwde verklaring dat de Gedragsaanwijzing een geschikt middel is om de overlast te doen beëindigen en handhaving ervan praktisch uitvoerbaar is. • een concept Gedragsaanwijzing Indien de burgemeester voornemens is om een Gedragsaanwijzing op te leggen, waarschuwt hij de overtreder schriftelijk en stelt hij daarbij een hersteltermijn vast gedurende welke de woonoverlast moet stoppen en achterwege dient te blijven. Een besluit tot opleggen van een Gedragsaanwijzing wordt niet genomen dan nadat gebleken is dat de overtreder in gebreke blijft met het nakomen van zijn zorgplicht. Het tijdelijk Huisverbod als bijzondere last. Een last onder bestuursdwang of dwangsom op grond van artikel 151d gemeentewet kan ook een tijdelijk huisverbod inhouden van in eerste instantie tien dagen, te verlengen tot vier weken. Een zodanig huisverbod wordt door de burgemeester pas overwogen indien eerder een Gedragsaanwijzing is opgelegd die niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Van deze regel wijkt de burgemeester af indien op voorhand vaststaat dat geen Gedragsaanwijzing kan worden opgelegd die voldoende effect sorteert en de burgemeester van oordeel is dat een tijdelijk Huisverbod het enige middel is om aan de ernstige en structurele woonoverlast een einde te maken. Vijfde stap: Kostenverhaal Uitgangspunt bij de toepassing van bestuursdwang is dat de kosten ervan voor rekening van de overtreder van de zorgplicht (2:128 APV) komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel