Als de gemeente een PGB verstrekt dan betekent dit dat de gemeente bij de Sociale Verzekeringsbank via trekkingsrecht een geldbedrag aan de inwoner ter beschikking stelt. Hiermee kan de inwoner zelf de benodigde (= door de gemeente geïndiceerde) voorziening inkopen. Het PGB kan alleen bij individuele voorzieningen worden toegekend en dus niet bij overige voorzieningen.
Het college toetst of aan de volgende drie wettelijke voorwaarden is voldaan:
Bekwaamheid van de aanvrager: kan de jeugdige of zijn ouders op eigen kracht voldoende dan wel met hulp de taken die bij een persoonsgebonden budget horen op een verantwoorde wijze uitvoeren?
Motivatie: de jeugdige of zijn ouders moeten motiveren dat zorg in natura niet passend is
Kwaliteit: is gewaarborgd dat hulp die de jeugdige of zijn ouders met het persoonsgebonden budget wil inkopen van goede kwaliteit is?
Als eerste moet duidelijk worden wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is, en welke hulp het beste bij de hulpvraag past. Als zij de hulp willen inkopen met een PGB dan moet helder worden of zij bekwaam zijn PGB taken uit te voeren, zoals het juiste product inkopen, contract aangaan en zorgverleners aansturen.
Indien de jeugdige danwel zijn ouders de individuele voorziening in de vorm van een PGB wenst te ontvangen wordt gewerkt met een plan van aanpak. In het plan van aanpak stelt de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt dat het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder (zorg in natura) niet passend wordt geacht.
Professionele zorgverleners in de jeugdhulp die bekostigd worden vanuit een PGB moeten aan dezelfde wettelijke kwaliteitseisen (Jeugdwet, hoofdstuk 4) voldoen die gelden voor alle professionele jeugdhulpaanbieders.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleids- en nadere regels Jeugdhulp De Bilt 2017