Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10. › Paragraaf 10.5

Artikel 10.5.2

Uitgangspunten vaststellen Persoonsgebonden budget materiele kosten

Onderdeel van Beleids- en nadere regels WMO De Bilt 2017

Bij het bepalen van wat de dienst of voorziening in natura gekost zou hebben, wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate voorziening zoals de gemeente die had kunnen inkopen. Als de inwoner liever een duurdere uitvoering van een materiele voorziening wil dan de gemeente op basis van “goedkoopst adequaat” zal verstrekken, dan kan dat via het PGB. De inwoner krijgt het PGB op basis van de goedkoopst adequate voorziening en betaalt de rest zelf bij. De risico’s die deze keuze met zich mee brengt, zijn voor de cliënt. Het persoonsgebonden budget voor aanschaf van een elektrisch hulpmiddel wordt verhoogd met een bedrag voor onderhoud, verzekering, keuring en reparatie van de voorziening of een bedrag tot maximaal 10% van het aanschafbedrag (indien de eerder genoemde kosten niet gespecificeerd kunnen worden).

Rechtspraak bij dit artikel