Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee leden. 2.. De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door het algemeen bestuur uit de leden die op grond van artikel 8 lid 1 zijn aangewezen. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, zoals bepaald in artikel 8, lid 2. Bij de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur geldt de restrictie dat die leden gezamenlijk niet de meerderheid mogen hebben in het algemeen bestuur. 3.. Zij treden, onverminderd het bepaalde in artikel 18 derde lid, af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Zij zijn na het aftreden herkiesbaar. 4.. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na dat open vallen. 5.. Degene, die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel