Naar hoofdinhoud
Aan het dagelijks bestuur komen de volgende taken en bevoegdheden toe: 1.. Het voeren van het dagelijks bestuur ,voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het algemeen bestuur hiermee is belast. 2.. Voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en ter beslissing moet worden voorgelegd. 3.. Het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur. 4.. Het uitoefenen van de door de colleges van burgemeester en wethouders overgedragen bevoegdheden tot bestuur ten aanzien van de taken genoemd onder artikel 5. 5.. Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam. 6.. Ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, met inachtneming van hetgeen in artikel 20 is bepaald. 7.. De zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Dienst. 8.. Het houden van toezicht op het functioneren van de Dienst. 9.. Te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam , met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen. 10.. Te besluiten namens de Dienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen. bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 11.. Het behartigen van de belangen van de Dienst bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen waarmee contact voor de Dienst van belang is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel