**1..** In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de Dienst. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de vergoeding voor eventuele diensten van een gemeente aan de Dienst in mindering gebracht.
**2..** De kosten die de Dienst aan de gemeenten toerekent, bestaan uit directe en indirecte kosten:
Directe kosten:
Deze kosten worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt.
Programmakosten: uitkeringskosten, kosten van leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit toepassing van wet en regelgeving, als bedoeld in art. 5, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen.
Alle extra uitvoeringskosten van de Dienst, die worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid, dat afwijkt van het algemene beleid van de Dienst.
Alle extra kosten van de Dienst, die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in art. 5, in de periode voor de inwerkingtreding van de regeling
Indirecte kosten:
Deze kosten betreffen de beheers- en apparaatskosten van de Dienst. De kosten worden op basis van de volgende verdeelsleutel toegerekend aan de gemeenten:
De uitvoeringskosten worden waar mogelijk direct aan een programma, c.q. gemeente gekoppeld. De uitvoeringskosten welke niet direct aan een programma kunnen worden gekoppeld worden over de programma’s verdeeld op basis van de relatieve verdeling van de directe uren. Daarna worden de kosten over de gemeenten verdeeld op basis van de volgende verdeelsleutel: 30% wordt verrekend onder de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente en 70% naar rato van het aantal voorzieningen dan wel uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Vervallen (samengevoegd met het voorgaande lid 1).
Inwonertal, voorzieningen en uitkeringsgerechtigden worden door de Dienst vastgesteld, waarbij als peildatum 1 januari van het betreffende boekjaar geldt.
Vervallen.
De Dienst brengt de kosten onder lid 2 genoemd bij de gemeenten in rekening.
Alle betalingen van het Rijk aan de gemeenten met betrekking tot kosten als bedoeld in lid 3 worden direct na ontvangst door de gemeente aan de Dienst overgemaakt.
Na afloop van elk kalenderjaar vindt tussen de Dienst en de gemeenten een definitieve afrekening plaats.
Eventuele specifieke middelen uit fondsen en doeluitkeringen welke door het Rijk aan de gemeenten worden verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee de Dienst is belast, worden door de Dienst beheerd.
Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.
Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de gemeenten plaatsvindt, beslist het algemeen bestuur.
Hoofdstuk 11:
Artikel 24: