Ter vervulling van het in het vorige artikel genoemde doel verricht de Dienst in elk geval de volgende taken:
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Participatiewet;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Jeugdwet;
vervallen;
de in het betreffende besluit aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Wet kinderopvang, met uitzondering van de kwaliteitscontrole en het bijhouden van het register als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze wet;
de in de betreffende wet aan de gemeenten opgedragen taken ter uitvoering van de Wet inburgering;
de uitvoering van overige wetten op het terrein van sociale zekerheid, gesubsidieerde arbeid, maatschappelijke zorg en jeugdzorg waarvan de uitvoering aan de gemeentebesturen al dan niet in medebewind is opgedragen.
Tot de uitvoering zoals vermeld in het vorige lid worden eveneens gerekend de op deze wetten gebaseerde algemene maatregelen van bestuur, overige uitvoeringsregelingen en beleidsregels. Tevens wordt hiertoe gerekend het beleidsplan van de Dienst zoals vermeld in artikel 21 van deze regeling.
De aan deze regeling deelnemende gemeentelijke bestuursorganen dragen al hun bevoegdheden van regeling en bestuur vastgelegd in de genoemde wetten en de daarmee samenhangende algemene maatregelen van bestuur, uitvoeringsregelingen en beleidsregels, zoals vermeld in de leden 1 en 2 van dit artikel, over aan de desbetreffende bestuursorganen van de Dienst. Waar overdracht van bevoegdheden door delegatie op grond van wetgeving zoals genoemd in lid 1 niet is toegestaan zal door de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten mandaat worden verleend, voor zover dat is toegestaan en voorts met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht over mandaat.
Een deelnemende gemeente kan de Dienst opdragen meerdere en/of andere taken te verrichten dan die welke vermeld zijn in de leden 1 en 2. Met betrekking tot de aan deze extra taken verbonden kosten wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, lid 2 onder a 2 van deze regeling.
De Dienst zal de uitvoering van de in de vorige leden van dit artikel omschreven taken zoveel als mogelijk verrichten met andere instanties die (mede) belast zijn met de uitvoering van de wet- en regelgeving op de terreinen van de sociale zekerheid, maatschappelijke zorg en gesubsidieerde arbeid.
De Dienst kan de taken zoals omschreven in dit artikel, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur, ook uitvoeren voor andere dan de aan deze regeling deelnemende gemeentebesturen. Deze uitvoering zal geschieden tegen een telkens afzonderlijk overeengekomen kostprijs, waarbij de eventueel verschuldigde BTW apart in rekening zal worden gebracht.
Vervallen
Hoofdstuk 2:
Artikel 5: