1.De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening.
2. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:
a. doelstellingen (hebben we bereikt wat we wilden bereiken).
b. instrumenten (hebben we daarvoor gedaan wat we zouden doen).
c. baten en lasten (heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten).
3. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.