Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria.
4.5.2.1Voorliggende voorzieningen (zie ook § 3.1.5)
De Wlz is een voorliggende voorziening. Dat betekent dat bewoners van een Wlz-instelling niet in aanmerking komen voor een rolstoel.
Uitzondering
Voor het kalenderjaar 2015 wordt een uitzondering op het bovenstaande gemaakt. In 2015 is het college nog verantwoordelijk voor het verstrekken van een rolstoel indien de cliënt geen aanspraak kan maken op een rolstoel ingevolge de Wet langdurige zorg. Dat betekent dat alleen geen aanspraak op een rolstoel op grond van de Wmo bestaat indien de cliënt verblijf en behandeling, ontvangt in dezelfde instelling.
4.5.2.2Algemene voorzieningen (zie ook § 3.1.7)
De algemene rolstoelvoorziening biedt mogelijkheden voor die cliënten die een rolstoel niet dagelijks maar incidenteel nodig hebben. Te denken valt aan cliënten die in en om de woning geen hulpmiddelen nodig hebben of met andere loophulpmiddelen zich kunnen verplaatsen, terwijl uitsluitend tijdens een dagje uit, of een middagje winkelen de afstanden die worden afgelegd te groot worden zodat een rolstoel noodzakelijk is.
Voor een individuele maatwerkrolstoel geldt nog als eis dat “dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning” noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 4. › § 4.5
Artikel 4.5.2