Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
voor huishoudelijk restafval van huishoudens: minicontainers (140 en 240 liter) en boven- en ondergrondse verzamelcontainers;
voor gft-afval van huishoudens: minicontainers (140 en 240 liter) en bovengrondse verzamelcontainers;
voor glas en papier: boven- en ondergrondse verzamelcontainers;
voor kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons: de speciaal daarvoor bestemde zakken;
voor textiel: bovengrondse wijkcontainers en de speciaal daarvoor bestemde zakken.
Artikel 4.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van UITVOERINGSBESLUIT AFVALSTOFFENVERORDENING KAAG EN BRAASSEM 2018