Naar hoofdinhoud
In afwijking van hetgeen in artikel I 12 van de Kieswet is bepaald, worden de lijsten voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies genummerd op de zevende dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting die om 16.00 uur begint. In afwijking van hetgeen in artikel I 14 van de Kieswet is bepaald, worden de lijsten voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies met een aanduiding die gelijk is aan een aanduiding van een lijst voor de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam, genummerd met een nummer dat gelijk is aan het nummer dat aan de lijst voor de gemeenteraadsverkiezing is toegekend. Indien een aanduiding van een lijst voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies een element bevat dat gelijk is aan een element uit de aanduiding van een zelfstandige lijst bij de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam, wordt die lijst genummerd met een nummer dat gelijk is aan het nummer dat aan de lijst voor de gemeenteraadsverkiezing is toegekend. Indien een aanduiding van een lijst voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies meerdere elementen bevat die gelijk zijn aan elementen uit de aanduiding van meerdere zelfstandige lijsten bij de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam, wordt die lijst genummerd met een nummer dat gelijk is aan het laagste nummer dat aan de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezing is toegekend. Indien een lijst voor de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam bestaat uit samengestelde elementen en meerdere van deze elementen doen als aanduiding van een zelfstandige lijst mee aan de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies, dan worden deze lijsten als volgt genummerd: het lot beslist welke van de zelfstandige lijsten het nummer van de corresponderende lijst voor de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam krijgt; de resterende lijst krijgt het eerstvolgende nummer toegewezen dat volgt op het nummer dat gelijk is aan het aantal lijsten dat voor de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam is ingediend. Indien er meer lijsten resteren, beslist het lot welk nummer achtereenvolgens aan die verschillende lijsten wordt toegekend. De nummers vanaf 1 tot en met het nummer dat gelijk is aan het aantal lijsten dat voor de verkiezing van de gemeenteraad van Amsterdam is ingediend worden geacht te zijn vervallen. Lijsten waarboven een aanduiding is geplaatst, waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de desbetreffende leden van de stadsdeelcommissies een of meer zetels zijn toegekend en waaraan op grond van het tweede tot en met het zesde lid nog geen nummer is toegekend, worden genummerd in de volgorde van de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantal stemmen. Aan de lijst met het hoogste aantal stemmen wordt het eerstvolgende nummer toegekend na toepassing van hetgeen in het zesde lid is bepaald. Bij gelijkheid van het aantal stemmen beslist het lot. Aan de resterende lijsten van alle gebieden binnen het stadsdeel worden bij één centrale loting de nummers toegekend die volgen na het hoogste reeds toegekende nummer binnen het stadsdeel. Het centraal stembureau kan een nummer toekennen, indien de voorgaande leden geen uitsluitsel geven over de bepaling van een lijstnummer. Bij het staken van de stemming is de stem van de voorzitter van het centraal stembureau beslissend.

Rechtspraak bij dit artikel