De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:
Een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;
Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
Een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering is en dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd;
Een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken waar de vereiste bestemming op rust of waarvoor een principebesluit van het bevoegd gezag over is afgegeven inhoudende dat een wijziging van de bestemming tot de mogelijkheden behoort;
Een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de over te leggen statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder.
Een bewijs dat in de speelautomatenhal sprake is van een toegangscontrole welke aansluit op het landelijk beleid;
Bescheiden waaruit blijkt dat aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder b van de Wet gestelde eis inzake kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving wordt voldaan;
Een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie;
Een bewijs (waaronder in ieder geval de aanvraag voor een Dekra-keur certificaat) waaruit blijkt dat de ondernemer voornemens is in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een Dekra-keur-certificaat te verkrijgen.
Artikel 3