**1..** De hoogte van de maatregelen als bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a, b en c en artikel 15 tweede lid, van deze verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na het besluit tot het opleggen van een maatregel in verband met een verwijtbare gedraging, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging waaraan een vergelijkbare of zwaardere maatregel is verbonden.
**2..** Wanneer binnen een jaar na het besluit tot een verlaging van 100% van de bijstand of de uitkering gedurende 1 maand als gevolg van het zich zeer ernstig misdragen jegens personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ sprake is van herhaling van een misdraging die een verlaging van 100% van de bijstand of de uitkering gedurende 1 maand tot gevolg had, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
**3..** Met een besluit waarmee een maatregel wordt opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van ten uitvoerlegging op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van deze verordening.
**4..** Met het besluit waarmee een maatregel wordt opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om een waarschuwing te geven, zoals bedoeld in artikel 8 van deze verordening.
**5..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
HOOFDSTUK 5
Artikel 17
Recidive
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2018