**1..** Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een dagelijks bestuur dat uit 10 leden bestaat, waaronder de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur zijn begrepen. Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur is het algemeen bestuur gehouden zodanig de leden uit zijn midden aan te wijzen dat iedere deelnemende gemeente en de provincie Utrecht met één lid in het dagelijks bestuur is vertegenwoordigd. Tenminste de helft van de leden van het dagelijks bestuur dient lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of van het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht.
**2..** De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur aangewezen bij verkiezing uiterlijk een maand na het tijdstip van aantreden per geleding van ofwel de leden van het algemeen bestuur die aangewezen worden door de raden, ofwel de leden die aangewezen worden door de staten. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Periodiek aftredende leden kunnen dadelijk opnieuw worden aangewezen.
**3..** Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wordt zo spoedig mogelijk uit de betreffende geleding een nieuw lid aangewezen met inachtneming van het eerste en het tweede lid.
**4..** Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast, met inachtneming van de artikelen 54 tot en met 59 van de Gemeentewet. Het dagelijks bestuur brengt het vastgestelde reglement ter kennis van het algemeen bestuur
HOOFDSTUK IV › Paragraaf 3:
Artikel 18