**1..** De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens de voorzitter van het dagelijks bestuur. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden aangewezen bij verkiezing voor de tijd dat zij lid zijn van het algemeen bestuur, voor een periode van vier jaar. Periodiek aftredende voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kunnen dadelijk opnieuw worden aangewezen.
**2..** Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter aan uit de leden van het dagelijks bestuur.
**3..** Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter treedt het oudste lid in jaren van het dagelijks bestuur dat aanwezig is, als voorzitter op, tenzij het algemeen bestuur een ander met de vervanging belast.
HOOFDSTUK IV › Paragraaf 4:
Artikel 22