**1..** Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan vast. Dit plan bevat de gewenste maatregelen en voorzieningen inzake de ontwikkeling van de openluchtrecreatie en de belangen van de natuur- en landschapsbescherming binnen het in artikel 3 bedoelde gebied voor een periode van ten hoogste tien jaren. Het geeft daarbij aan, de gewenste fasering van de uitvoering van de maatregelen en voorzieningen, de prioriteiten volgens welke de uitvoering dient te geschieden en de financiële gevolgen daarvan in de ruimste zin.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt een ontwerp voor een beleidsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alsmede aan andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende diensten en instanties. Gedurende een periode van drie maanden na verzending van het ontwerp bestaat de gelegenheid tot het maken van opmerkingen.
**3..** Binnen deze periode van drie maanden wordt de gelegenheid geboden voor inspraak door een ieder, waarbij voor het overige het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing is.
**4..** Het bepaalde in dit artikel geldt eveneens voor wijzigingen van het beleidsplan.
HOOFDSTUK VI
Artikel 26