Het recreatieschap is binnen het gebied als bedoeld in artikel 3 en met inachtneming van het belang als bedoeld in artikel 4 bevoegd tot:
het aanleggen en exploiteren van recreatieve voorzieningen en het uitvoeren van andere werken verband houdend met het in artikel 4 bedoelde belang;
het instandhouden en verbeteren van het natuur- en landschapsschoon;
het verlenen van bijdragen aan derden;
het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften al dan niet door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven;
het heffen van belastingen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 54, eerste lid onder a. van de Wgr.
het uitvoeren van overige taken die passen binnen de doelstelling en verband houden met de in dit artikel weergegeven taken.
HOOFDSTUK III
Artikel 6