De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op non-activiteit.
Het lidmaatschap van een raadslid of raadscommissielid eindigt:
op eigen verzoek;
bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;
indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegen schulden is gegijzeld.
indien het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen indien zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.