Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 15

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bladel 2018

Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Het college kan een pgb weigeren indien: a. de voorziening niet noodzakelijk zal zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn (bijvoorbeeld bij kindvoorzieningen waar het kind uit groeit); b. het pgb bedoeld is voor begeleiding- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget. De hoogte van een pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt ten hoogste de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedraagt, indien sprake is van dienstverlening door een professionele hulpverlener, die de ondersteuning verleent vanuit een onderneming op het gebied van hulp bij het huishouden die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel,100% van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura. In afwijking van het vierde lid bedraagt de hoogte van een persoonsgebonden budget bij betrekking van hulp bij het huishouden van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een persoon die de dienst niet verleent vanuit de in het derde lid genoemde situatie, ten hoogste 80% van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor begeleiding bedraagt, indien sprake is van dienstverlening door een professionele hulpverlener, die de ondersteuning verleent vanuit een onderneming op het gebied van begeleiding die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, ten hoogste 100% van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura. In afwijking van het zesde lid bedraagt de hoogte van een persoonsgebonden budget bij betrekking van begeleiding van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een persoon die de dienst niet verleent vanuit de in het derde lid genoemde situatie, € 20,00 per uur, maar niet meer dan 80% van het toepasselijke tarief voor de voorziening in natura. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt, indien sprake is van dienstverlening door een professionele hulpverlener, die de ondersteuning verleent vanuit een onderneming op het gebied van kortdurend verblijf die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, ten hoogste 100% van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura. In afwijking van het achtste lid bedraagt de hoogte van een persoonsgebonden budget bij betrekking van kortdurend verblijf van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een persoon die de dienst niet verleent vanuit de in het derde lid genoemde situatie, € 30,00 per etmaal, maar niet meer dan 80% van het toepasselijke tarief voor de voorziening in natura.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel