1. Het is de schippers van de hierna bedoelde vaartuigen verboden met de volgende vaartuigen in de haven een ligplaats in te nemen of te hebben of de havens binnen te varen:
a. beschadigde vaartuigen;
b. vaartuigen, in zinkende toestand verkerend of gezonken;
c. vaartuigen die een teken voeren als bedoeld in artikel 3.14 jo 3.32 van het BPR of na het vervoer van de in artikel 3.14 van het BPR bedoelde stoffen, nog niet van die stof zijn schoongemaakt;
d. vaartuigen, die door een andere oorzaak gevaar voor de veiligheid in de havens, of hinder of gevaar voor de omgeving kunnen opleveren;
e. vaartuigen die niet op eigen motorkracht voortbewogen kunnen worden, met uitzondering van kleine boten;
f. vaartuigen die niet voldoen aan de Beleidsregel Criteria historische schepen Hoorn 2017.
2. Het college heeft een onafhankelijke keuringscommissie voor schepen in de Hoornse haven benoemd. De keuringscommissie is bevoegd alle schepen in de Hoornse haven te keuren. Alle schepen met een ligplaatsvergunning worden één keer in de twee jaar gekeurd (even jaren). Alle schepen met een winterligplaats worden in eerste instantie door de havenmeester beoordeeld. Indien het onderhoud van het schip naar de mening van de havenmeester gebrekkig is en de schipper niet binnen redelijke termijn opvolging heeft gegeven aan de door de havenmeester gegeven aanzegging, schakelt de de havenmeester de keuringscommissie in voor een definitief oordeel. Ook kleine bootjes worden op identieke wijze gekeurd op een goede staat van onderhoud.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.12
Beschadigde, zinkende, gevaarlijke of niet aan redelijke eisen van welstand voldoende vaartuigen
Onderdeel van Havenverordening Hoorn 2018