1. Aan boord van pleziervaartuigen mogen niet zich niet meer dan twee gasflessen bevinden. Voor pleziervaartuigen kleiner dan 15 meter, twee van maximaal 5 kg., voor grotere pleziervaartuigen twee van maximaal 11 kg en voor charters drie van maximaal 11 kg. De gasflessen dienen deugdelijk te zijn geplaatst, in een ruimte die voldoende geventileerd is, indien mogelijk buiten het woonverblijf en motorruimte.
2. Aan boord van een vaartuig met motor dient voldoende brandbestrijdingsmateriaal aanwezig te zijn.