**1..** Bij de ontvangst van een volledige aanvraag van een bewonersvergunning dan wel een milieuparkeervergunning voor bewoners, van een bewoner die op grond van artikel 34, lid 5 van de verordening recht heeft op een parkeervergunning, wordt het (deel)vergunningen plafond van het desbetreffende (deel)vergunninggebied met één verhoogd.
**2..** Na verlening van de bewonersvergunning dan wel de milieuparkeervergunning voor bewoners, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt het desbetreffende (deel)vergunningenplafond terstond met één verlaagd tot het oorspronkelijke niveau, zoals genoemd in artikel 4, lid 1 of lid 2.
**3..** In het geval van een milieuparkeervergunning voor bewoners vindt de (tijdelijke) verhoging van het (deel)vergunningenplafond slechts eenmaal plaats. De (tijdelijke) verhoging vindt dan plaats op grond van artikel 5, lid 2 en lid 3, zodat deze verhoging ten goede komt van het milieu parkeer(deel)vergunningenplafond. De (tijdelijke) verhoging op basis van lid 1 en lid 2 van dit artikel blijft in dat geval achterwege.
**4..** De leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing bij verhuizing naar een (deel)vergunning-gebied, waar het (deel)vergunningenplafond krachtens artikel 4, lid 1 of lid 2, op 0 (nul) is vastgesteld.
**5..** De voorgaande leden van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing bij een aanvraag voor een bedrijfsvergunning.
Artikel 6