Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van de Parkeerverordening wordt het plafond voor milieuparkeervergunningen voor de vergunningsgebieden Zuid-1 t/m Zuid-5 en deelvergunninggebied Zuid-7.1 vastgelegd op maximaal 5% als aandeel van het vergunningenplafond; 2.. Het vergunningenplafond wordt bij een aanvraag van een milieuparkeervergunning voor bewoners, van een bewoner die op grond van artikel 16 lid 1 van de Parkeerverordening recht heeft op een milieuparkeervergunning voor bewoners met één verhoogd; 3.. Het vergunningenplafond wordt bij een aanvraag van een milieuparkeervergunning voor bedrijven, van een bedrijf die op grond van artikel 17 lid 1 van de Parkeerverordening recht heeft op een milieuparkeervergunning voor bedrijven met één verhoogd; 4.. Na verlening van een milieuparkeervergunning voor bewoners als bedoeld in lid 1 van dit artikel of een milieuparkeervergunning voor bedrijven wordt het vergunningenplafond terstond met één verlaagd tot het oorspronkelijke niveau, zoals genoemd in art 4; 5.. Lid 2 t/m 4 zijn niet van toepassing op een vergunninggebied, waar het vergunningenplafond, dan wel milieuparkeervergunningenplafond 0 (nul) bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel