Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt tegelijkertijd met het besluit tot het houden van een referendum de datum daarvan vast, met dien verstande dat het referendum niet later plaats vindt dan uiterlijk vier maanden na dit besluit. 2.. In het geval de in het eerste lid genoemde termijn van vier maanden afloopt binnen twee maanden voor een algemene verkiezing kan de termijn worden overschreden opdat de stemmingen kunnen worden gecombineerd. 3.. Een referendum vindt niet plaats in de voor de regio aangewezen schoolvakanties voor het basis- en voortgezet onderwijs. De in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn van vier maanden kan door de raad worden verlengd met maximaal zes weken, indien een deel van de zomervakantie in die vier maanden valt. 4.. Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel