Naar hoofdinhoud
1.. Voorafgaand aan de plenaire behandeling als bedoeld in artikel 7, het eerste lid, adviseert de referendumkamer de raad over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Indien het college van mening is dat er redenen zijn het verzoek niet in te willigen, stelt zij de referendumkamer hiervan tijdig in kennis. 2.. Indien naar de mening van de referendumkamer het inleidende verzoek onvoldoende duidelijk is, treedt de referendumkamer hierover in overleg met de indieners van het inleidend verzoek. 3.. Het college onderzoekt uiterlijk binnen vijf werkdagen na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden is ondersteund en of het voldoet aan de in artikel 7 lid 4 opgenomen vereisten. 4.. Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen de gestelde termijn is ingediend, stelt het college de raad voor het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. 5.. Het raadsvoorstel met betrekking tot het inleidend verzoek wordt voorbereid door het presidium. 6.. De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 7.. De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel