**1..** Het gebruik van openbaar en collectief vervoer heeft het primaat wanneer deze de cliënt in voldoende mate in staat stelt tot participatie.
**2..** Bij het bepalen van de vervoersbehoefte wordt rekening gehouden met een lagere behoefte vanwege:
intramuraal verblijf in een instelling;
een samenvallende vervoersbehoefte;
een beperkte vervoersbehoefte;
andere aanwezige vervoersvoorzieningen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regel maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunschoten 2018