Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.6

Beoordelingskader

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018

Het College neemt bij de beoordeling van de aanspraak het verslag en indien aanwezig het persoonlijk plan als uitgangspunt. Heeft de cliënt geobjectiveerde beperkingen in zijn zelfredzaamheid en participatie? Wat zijn de resultaten die de cliënt wil bereiken om zijn zelfredzaamheid en participatie te bevorderen, te versterken, verbeteren of te behouden? Welke mogelijkheden heeft de cliënt zelf (al dan niet met hulp met anderen, algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen) om zijn zelfredzaamheid en participatie te bevorderen, te versterken of te verbeteren? Welke mogelijkheden heeft de cliënt zelf (al dan niet met hulp met anderen, algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen) om zijn zelfredzaamheid en participatie te behouden? Pas als bovenstaande bedoelde mogelijkheden naar oordeel van het college niet leiden tot een passende oplossing, komt de beoordeling van een maatwerkvoorziening aan de orde. Dat moet blijken uit het verslag en indien aanwezig het persoonlijk plan van de cliënt. Ook dienen daarbij de navolgende vragen beantwoord te worden. Zijn er weigeringsgronden en/of beperkende voorwaarden van toepassing volgens de Verordening of Besluit? Leidt toepassing van deze Beleidsregels tot het niet toekennen van een maatwerkvoorziening? Welke mogelijkheden kan het college bieden om de gewenste resultaten (passende bijdrage) te bereiken via een kortdurende maatwerkvoorziening, een collectieve- of individuele maatwerkvoorziening? Zie verder hoofdstuk 2 ‘Procedure van de Beleidsregels’.

Rechtspraak bij dit artikel