In de Wmo is de verplichting opgenomen dat het college Pgb’s uitbetaalt in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het Pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op rekening van het servicecentrum Pgb van de Sociale Verzekerings Bank (SVB). De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zij heeft ontvangen en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de zorgverlener. Voor het trekkingsrecht moet de SVB over een zorgovereenkomst van de budgethouder beschikken.
Wanneer de budgethouder overlijdt, heeft de zorgverlener recht op uitbetaling van het Pgb tot en met de dag van overlijden. Het SVB kent de mogelijkheid een eenmalige uitkering te verstrekken. Deze uitkering is het gemiddelde loon of vergoeding van de laatste drie volledig gewerkte maanden. De erven van de budgethouder kunnen deze eenmalige uitkering volgens de SVB alleen geven wanneer er nog genoeg budget over is en als de erven toestemming hebben van de gemeente. Het Pgb is bedoeld voor het inkopen van ondersteuning en begeleiding en niet voor vakantie e.d. De gemeente zal dan ook geen toestemming verlenen wanneer er verzocht wordt om een eenmalige uitkering bij overlijden.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.8
Trekkingsrecht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018