Logeeropvang wordt ingezet:
voor de cliënt die is aangewezen op zorg met intensief toezicht, waardoor er gedurende langere tijd meer dan gebruikelijke hulp wordt geboden.
om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Zonder logeeropvang dreigt overbelasting van de mantelzorger.
als de inzet van eigen kracht, het eigen sociale netwerk, voorliggende en/of basis/algemene voorzieningen niet voldoende respijt bieden aan de mantelzorger.
als het verblijf aanvullend is op het wonen in de thuissituatie.
Als de noodzaak voor logeeropvang is vastgesteld, wordt bekeken hoeveel etmalen dit nodig is. Het uitgangspunt is dat de geboden logeeropvang niet langer wordt ingezet dan nodig is.
Als het verblijf medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg, wordt logeeropvang ingezet op grond van de basisverzekering van de Zvw. Het gaat bijvoorbeeld om tijdelijk verblijf na een medische ingreep. Verblijf met geneeskundige zorg valt buiten de Wmo. Ook bij palliatief terminale zorg is er sprake van verblijf op grond van de Zvw. Eerstelijns verblijf Zvw is voorliggend op Logeeropvang Wmo.
Wanneer een cliënt een Wlz-indicatie heeft (of op basis van zorgzwaarte daarvoor in aanmerking kan komen) en nog thuis woont, kan kortdurend verblijf op grond van de Wlz ingezet (resp. aangevraagd) worden, in combinatie met logeren. Kortdurend verblijf Wlz is voorliggend op Logeeropvang Wmo.
Hoofdstuk 7
Artikel 7:13
Voorwaarden voor verstrekking
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018