Het college weegt de afstand van de locatie waar de activiteiten plaatsvinden, ten opzichte van het woonadres van de cliënt mee bij de boordeling. Uitgangspunt is dat de locatie die zich het dichtst bij het adres van de cliënt bevindt en die de goedkoopst passende bijdrage biedt. Vervolgens wordt bekeken of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Artikel 8.3 lid 5 van de Verordening bepaalt wanneer het hier bedoelde vervoer in ieder geval noodzakelijk wordt geacht.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.10
Vervoer van en naar de locatie bij groepsbegeleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018