Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.4

Individuele begeleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018

Individuele begeleiding is gericht op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen en het zoveel mogelijk op aanvaarbare wijze met anderen kunnen meedoen in de maatschappij. De begeleiding omvat activiteiten aan cliënten met beperkingen op het terrein van: de sociale redzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie en overige gedragsproblemen. Individuele begeleiding kan o.a. bestaan uit: het organiseren en stimuleren van deelname aan activiteiten in het dagelijks leven; het begeleiden bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid; het versterken en bevorderen van het sociale netwerk; het vergroten en optimaliseren van de inzet van het sociale netwerk; het stimuleren van sociale contacten en voorkomen van een sociaal isolement; het begeleiden bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of voeren van de regie bij het voeren van een huishouding, waaronder financieel gezonde situatie, etc.; het indien nodig, tijdelijk overnemen van toezicht zodat de mantelzorger wordt ontlast; Diverse resultaten van de inzet van de individuele begeleiding zijn afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid van de cliënt en de gestelde doelen in het begeleidingsplan. Per cliënt wordt in het programma van eisen bepaald welke van de volgende resultaten van toepassing zijn zoals: de cliënt woont zelfstandig en slechts onderbroken door tijdige interventies waarbij huisvesting niet in gevaar komt; de cliënt is financieel stabiel (al dan niet met inkomens beheer/bewindvoering) en heeft een overzicht van de eigen in- en uitgave en kan (verantwoorde) keuzes maken; de cliënt heeft een sociaal netwerk waar hij op terug kan vallen; de cliënt herkent problematiek bij zichzelf (op ieder domein) en kan hierdoor adequaat reageren (hulp inroepen); de cliënt blijft zorgdragen voor zichzelf (balans draagkracht en draaglast), hierbij kan hij zijn mantelzorger(s) en netwerk inzetten; de cliënt heeft een dagbesteding (parttime/fulltime) en is tevreden met zijn dagbesteding; de eventuele verslaving van de cliënt is onder controle; de cliënt heeft zelden contact met justitie; de cliënt heeft structuur in zijn dag: huishouden, boodschappen, maaltijden, dag- en nachtritme etc. de cliënt houdt zelfstandig een huishouden bij (niet zijnde variant b.). Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 bestaat uit hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Hieronder kunnen de navolgende handelingen verstaan worden: in en uit bed komen; aan- en uitkleden; bewegen en lopen; gaan zitten en weer opstaan; lichamelijke hygiëne; toiletbezoek; eten en drinken; medicijnen innemen; ontspanning en sociaal contact. Het gaat hierbij niet om bijvoorbeeld het daadwerkelijk aankleden van de cliënt, maar om de begeleiding hierbij. Het gaat dus om cliënten die zichzelf wel kunnen wassen aankleden en dergelijke maar daartoe aangespoord moeten worden door de begeleider omdat ze een regie probleem hebben, bijvoorbeeld cliënten met een zintuigelijke-, verstandelijke- of psychiatrische beperking. Persoonlijke verzorging houdt verband met de zelfredzaamheid en ligt in het verlengde van begeleiding. Is dit het geval dan wordt de zorg geregeld op grond van de Wmo. Persoonlijke verzorging bestaat uit: Persoonlijke verzorging – ontwikkelt (gericht op doorstroom en uitstroom). Persoonlijke verzorging – stabiliseert (gericht op stabiel houden en voorkomen van achteruitgang).

Rechtspraak bij dit artikel