Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 5

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

1.. De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de kosten zich voordoen, voor zover die dag niet is gelegen vóór de aanvraagdatum; 2.. Als bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor noodzakelijke kosten die vóór de aanvraagdatum zijn gemaakt, dan vangt de draagkrachtperiode aan op de eerste dag van de maand waarin de kosten zich (voor het eerst) hebben voorgedaan. 3.. De duur van de draagkrachtperiode is: voor een belanghebbende vanaf de pensioengerechtigde leeftijd: vijf jaar; voor een belanghebbende met een uitkering op grond van de wet: gedurende de volledige uitkeringsduur met een maximum van vijf jaar; voor overige belanghebbenden: één jaar. 4.. Na afloop van de draagkrachtperiode vindt, indien sprake is van periodieke bijzondere bijstand, ambtshalve een herbeoordeling van het recht op de bijzondere bijstand en van de draagkracht plaats en kan de betreffende periodieke bijzondere bijstand, indien aan de orde en zo nodig gewijzigd worden gecontinueerd. 5.. Indien zich tijdens de vastgestelde draagkrachtperiode wijzigingen voordoen die van invloed kunnen zijn op de vastgestelde draagkracht kan tussentijdse herziening plaatsvinden van de vastgestelde draagkracht voor het resterende deel van de draagkrachtperiode. 6.. Indien de draagkrachtperiode is vastgesteld onder de Beleidsregels Bijzondere bijstand en minimaregelingen zoals die van kracht waren tot de inwerkingtreding van de beleidsregels van 22 maart 2017, wordt de draagkrachtperiode conform deze beleidsregels opnieuw vastgesteld: na afloop van de eerder vastgestelde draagkrachtperiode; na afloop van de toekenningstermijn van periodieke bijzondere bijstand; indien een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel