Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8

Bijzondere bijstand voor jongeren van 18, 19 en 20 jaar die zelfstandig wonen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

1.. Bijzondere bijstand voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van een jongere in de leeftijd van 18 tot 21 jaar die zelfstandig woont, wordt conform artikel 12 van de wet verleend indien en voor zover de jongere voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders omdat de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn of de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouders niet te gelde kan maken. 2.. De jongere wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken indien: de ouder(s) is (zijn) overleden; de ouder(s) buiten de Europese Unie woont (wonen); er sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen ouder(s) en kind; de jongere alleenstaande ouder is of gehuwd/samenwonend. 3.. De hoogte van de (aanvullende) bijzondere bijstand voor de jongere wordt al individualiserend vastgesteld op basis van de in de specifieke situatie algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. 4.. De hoogte van de totale bijstand kan niet meer bedragen dan de toepasselijke bijstandsnorm voor iemand van 21 jaar in een vergelijkbare situatie. 5.. Aan de bij de ouder(s) inwonende jongere van 18 tot en met 20 jaar wordt geen aanvullende bijzondere bijstand verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel