Dit beleid gaat over vergunningverlening, toezicht en handhaving op het terrein van de ‘fysieke leefomgeving’, taken die grotendeels bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) belegd zijn. De fysieke leefomgeving is een breed begrip. Het gaat om alle taken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), dus zowel BRIKS taken (Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen) als Milieutaken en de RO-taken (Ruimtelijke Ordening, op grond van het bestemmingsplan). Maar het beleid gaat ook over vergunningen op grond van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening), zoals de evenementenvergunning en de reclamevergunning. In hoofdstuk 2 gaan we hier uitgebreider op in. Bij de Wabo-taken spelen veel beleidsterreinen een rol: bouwen, woonkwaliteit, milieu, brandveiligheid, ruimtelijke ordening (planologische afwijking, tijdelijk anders gebruik), beeldkwaliteit, monumenten en archeologie, natuurbescherming, water, bodem en duurzaamheid.
Doelstelling van dit beleid is te zorgen voor een veilige, gezonde, duurzame en aantrekkelijke fysieke leefomgeving en te voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH-taken).
Dit beleid zorgt daarbij ook voor een duidelijk kader voor de opdracht aan de uitvoerende organisatie ODRN, de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) en aan de gemeentelijke afdelingen die zich bezig houden met uitvoering van de VTH taken. Ook schept het duidelijkheid naar burgers, bouwers, bedrijven en de eigen organisatie over wat ze van de gemeente kunnen verwachten in het kader van de VTH taken.
We geven aan ‘wat’ we willen bereiken met vergunningverlening, het toezicht en de handhaving in de fysieke leefomgeving (zie figuur 1, prioriteiten en doelen) en ‘hoe’ we dat gaan bereiken (zie figuur 1, de strategie). Uitgangspunt daarbij is een risico-gestuurde aanpak, zoals de Raad in de kadernota ‘Plan van aanpak fysieke veiligheid’ in 2016 heeft bepaald. We kunnen én willen niet alles controleren. We doen een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven daar waar we de risico’s acceptabel vinden en we leggen prioriteit bij de meer risicovolle activiteiten en datgene wat we het belangrijkste vinden.
Figuur 1: de sluitende jaar- en meerjarencylus met betrekking tot uitvoering van VTH taken, de ‘BIG 8’
Voor wat betreft de Wabo- taken zijn we wettelijk verplicht om uitvoerings- en handhavingsbeleid vast te stellen (op grond van hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht). Met uitvoering wordt met name de vergunningverlening en het afhandelen van meldingen bedoeld. Handhavingsbeleid gaat over het houden van toezicht en het zo nodig overgaan tot handhaving.
Het vergunning- danwel melding vereiste, is er ter bescherming van onszelf en onze leefomgeving. Het is daarom van belang dat er zorgvuldig getoetst wordt bij vergunningverlening en dat de relevante voorschriften gesteld worden. Veelal zijn dit wettelijke voorschriften (voorbeeld op grond van het Bouwbesluit of Activiteitenbesluit), maar ook lokaal beleid speelt hierin een rol.
Vervolgens moet gecontroleerd worden of voldaan wordt aan de voorschriften en is het van belang dat er wordt opgetreden als dat niet het geval is. Voor het bevoegd gezag geldt een ‘beginselplicht tot handhaving’. Het bestuur kan het begaan van overtredingen niet zomaar gedogen. Bij overtreding van wettelijke voorschriften is handhaving steeds het uitgangspunt. Dit geldt des te meer waar het gaat om verzoeken van derde- belanghebbenden om handhaving van de voorschriften die de belangen van derden beogen te beschermen. Bij het optreden van het bevoegd gezag is het van belang dat zij dit consequent en consistent doet, zodat zij betrouwbaar en geloofwaardig handelt en rechtsongelijkheid voorkomen wordt.
Dit beleid geeft richting aan dit handelen. Het is het startpunt van de sluitende jaar- en meerjarencyclus met betrekking tot uitvoering van de VTH taken, ook wel de BIG 8 genoemd, zie figuur 1. In deze notitie ligt de nadruk op toezicht en handhaving. Het uitvoeringsbeleid (vergunningverlening) ligt vast in meerdere documenten (o.a. dienstverleningsovereenkomsten, werkafspraken, werkplan) en een deel ervan wordt in 2018 nog nader uitgewerkt. Hierover in hoofdstuk 3, artikel 2 lid 2 meer.
De cyclus begint met een probleem- en risicoanalyse, die samen met de bestuurlijke ambitie leidt tot doelen en prioriteiten (het wat). Vervolgens beschrijven we de naleefstrategie (het hoe), bestaande uit een preventiestrategie, toezichtstrategie (op welke manieren houden we toezicht), sanctiestrategie (op welke manier leggen we sancties op, welke stappen doorlopen we daarbij) en een gedoogstrategie (onder welke voorwaarden gedogen we bepaalde situaties).
Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma (in de vorm van een werkplan van de ODRN en de programmering van VTH taken die door de gemeente worden uitgevoerd) is de basis van het onderste gedeelte van de cyclus. Aan de hand van het werkplan wordt bepaald hoe de uitvoering eruit ziet voor dat jaar en vindt monitoring en evaluatie plaats. Dit kan leiden tot zowel aanscherping op het niveau van de doelen en prioriteiten, als op de manier waarop we daar uitvoering aan geven: de strategie. Daarbij hanteren we zoveel mogelijk een risico-gestuurde aanpak als uitgangspunt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Waar gaat dit beleid over en waarom stellen we het vast?
Onderdeel van Beleidsregels vergunningverlening, toezicht en handhaving fysieke leefomgeving 2018-2021