De ambtenaar kan voor deelname aan de in artikel 2 bedoelde regeling de volgende bronnen inzetten:
het salaris, voor zover dat uitgaat boven het voor de ambtenaar geldende wettelijk minimumloon;
de toelagen als bedoeld in de artikelen C.11 tot en met C.15 van de CAP;
de vakantie-uitkering;
de eindejaarsuitkering;
de vergoeding voor meer uren werken als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de IKAP- regeling provincies en de vergoeding voor vermindering van de aanspraak op algemeen verlof als bedoeld in artikel 7, derde lid, van die regeling