Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Aanwending levenslooptegoed

Onderdeel van Levensloopregeling provincies

1.. Over het levenslooptegoed wordt uitsluitend beschikt: ten behoeve van de uitbetaling van een uitkering tijdens onbetaald verlof als bedoeld in artikel 11; ten behoeve van het omzetten van het levenslooptegoed in een aanspraak ingevolge artikel 16.6 van het pensioenreglement, mits na de omzetting de aanspraak nog blijft binnen de in en krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde grenzen. 2.. Het levenslooptegoed wordt op geen enkele wijze afgekocht, vervreemd, prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk als voorwerp van zekerheid anders dan ten behoeve van de in artikel 61k van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedoelde verpanding aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel