Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Onbetaald verlof direct voor pensionering met het oog op vervroegde uittreding

Onderdeel van Levensloopregeling provincies

1.. De ambtenaar vraagt het onbetaald verlof als bedoeld in artikel 11, onderdeel d, ten minste drie maanden tevoren aan. 2.. Het deeltijdverlof bedraagt ten minste 20% en ten hoogste 50% van de voor de ambtenaar geldende gemiddelde arbeidsduur per week, met dien verstande dat de resterende feitelijke werktijd steeds minimaal gemiddeld 7,2 uur per week bedraagt. 3.. Het deeltijdverlof kan worden gecombineerd met deeltijd-FPU of deeltijdpensioen bij de provincie indien: die combinatie leidt tot een feitelijk volledig vervroegde uittreding bij de provincie; of de resterende feitelijke werktijd steeds minimaal gemiddeld 7,2 uur per week bedraagt. 4.. Gedeputeerde staten kennen het aangevraagde verlof toe, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel