Naar hoofdinhoud

Artikel 2.5

Ambtseed of belofte

Onderdeel van Integriteitsregeling gemeente Steenwijkerland

De eed of belofte is een formele daad waarbij de ambtenaar uitdrukkelijk verklaart zich als een goed ambtenaar te gedragen. Het verplicht afleggen van een eed of belofte door de ambtenaar bij zijn aanstelling zorgt ervoor dat er direct vanaf de indiensttreding aandacht is voor het integriteitaspect van de functie. Het verdient aanbeveling de gedragscode bij de eed of belofte aflegging aan de ambtenaar te overhandigen. Artikel 125quinquies van de Ambtenarenwet stelt het afleggen van een eed of belofte verplicht voor de ambtenaar bij zijn aanstelling. Aflegging van de eed of belofte vindt in principe plaats op het moment van aanstelling dan wel zo spoedig mogelijk daarna. De verplichting geldt dus voor personeel dat door middel van aanstelling in dienst treedt en de medewerker wiens aanstelling wijzigt in een nieuwe aanstelling, bijvoorbeeld door herplaatsing. Het verdient aanbeveling aankomend personeel bij de sollicitatie op de hoogte te brengen van de verplichte eed of belofte. De door voormalig minister Dales gelanceerde stelling ‘een beetje integer kan niet!’ geldt uiteraard nog steeds, zowel naar inhoud als reikwijdte van het te voeren integriteitbeleid. Niet alleen van nieuw personeel, maar ook van het in dienst zijnde personeel wordt gevraagd stil te staan bij de eisen van goed en integer ambtenaarschap. Het is dan ook voor de hand liggend en op grond van het gelijkheidsbeginsel ook gewenst dat het verplicht afleggen van de eed of belofte niet is beperkt tot de ambtenaar bij zijn aanstelling, maar dat het ook geldt voor het ‘zittende’ personeel. Bij besluit van het college zal dit dan ook voor het in dienst zijnde personeel worden voorgeschreven. In dat geval is ook de zittende ambtenaar op grond van het bepaalde in artikel 15:1:a CAR-UWO verplicht tot het afleggen van de eed of belofte. In dit verband zij opgemerkt dat vooruitlopend op deze wettelijke verplichting reeds door een deel van de ambtelijke organisatie op – strikt juridisch gezien – vrijwillige basis een schriftelijke eed of belofte is afgelegd. Een eed of belofte zoals die door raadsleden en bestuurders op grond van de Gemeentewet wordt afgelegd bestaat uit een inhoudelijk deel en een bekrachtigingsformule (zo waarlijk helpe mij God Almachtig/dat verklaar en beloof ik). Het inhoudelijke deel is onderverdeeld in een zogenoemde zuiveringseed en een ambtseed. Bij de zuiveringseed gaat het erom dat betrokkene verklaart geen gift of gunst te hebben gegeven of beloofd om tot raadslid, wethouder of burgemeester benoemd te worden. In iets aangepaste vorm kan deze zuiveringseed worden verwerkt in de door de ambtenaar bij zijn aanstelling af te leggen eed of belofte. Het onderdeel leent zich nadrukkelijk niet voor een eed of belofte voor reeds in dienst zijnde personeel. In het gedeelte van de ambtseed komen de volgende elementen voor: de eerbiediging van de Grondwet en andere wetten, geen giften of gunsten aanvaarden om iets te doen of na te laten in de functie, deze kunnen worden aangevuld met geheimhoudingsplicht en het naleven van de gedragscode. Zoals uit het voorgaande blijkt is dus onderscheid aan te brengen tussen de eed/belofte voor de ambtenaar bij zijn aanstelling en de eed/belofte voor de reeds in dienst zijnde ambtenaar. In bijlage 3 van deze notitie zijn beide vormen van de verplicht af te leggen eed of belofte opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel