Naar hoofdinhoud
1.. De raad ontslaat het lid en plaatsvervangend lid of stelt hen op non-activiteit. 2.. Het lidmaatschap van een lid eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamer; wanneer het lid en/of het plaatsvervangend lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is/zijn veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid en/of het plaatsvervangend lid onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is/zijn gesteld, in staat van faillissement is/zijn verklaard, surseance van betaling heeft/hebben verkregen of wegens schulden is/zijn gegijzeld; indien de overeengekomen periode is verstreken. 3.. Het lid en/of het plaatsvervangend lid van de Rekenkamer kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel