Naar hoofdinhoud
1.. De Rekenkamer wordt per jaar door de raad een budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.. Onderdeel van dit budget vormt de vergoeding van het lid dan wel het plaatsvervangend lid. 3.. De Rekenkamer is bevoegd binnen het haar beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 4.. Het lid bepaalt hoe de uitgaven uit het budget worden verantwoord en stelt de raad in kennis van de wijze van verantwoording. 5.. De Rekenkamer verantwoordt de baten en lasten die in het kader van zijn taakuitoefening zijn ontstaan in het jaarverslag als bedoeld in artikel 185, derde lid van de Gemeentewet. 6.. De rekenkamer is gemachtigd een deel van het budget tot een maximum van 40% te reserveren als onderzoeksreserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel