Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Behandeling van de interne melding door de werkgever

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand Drechtsteden/ Zuid-Holland Zuid 2016

De bestuurder stelt onverwijld een onderzoek in naar het gemelde vermoeden van een misstand, tenzij: het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden of op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand. Als de bestuurder besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen twee weken na de interne melding. Daarbij wordt aangegeven waarom geen onderzoek wordt ingesteld. De bestuurder beoordeelt of een externe instantie van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Indien de bestuurder een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor geschaad kunnen worden. De bestuurder draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. Als de bestuurder een externe instantie op de hoogte gesteld heeft van de interne melding, kan hij voor het onderzoek aansluiten bij het onderzoek dat deze externe instantie (mogelijk) laat verrichten. De bestuurder informeert de melder onverwijld en schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De bestuurder informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.

Rechtspraak bij dit artikel