Gedeputeerde Staten kunnen de ambtenaar ontslag verlenen:
op aanvraag door ambtenaar;
in verband met pensionering;
wegens reorganisatie;
als hij na afloop van een periode waarin hij op grond van artikel 125c van de Ambtenarenwet tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn functie, volgens Gedeputeerde Staten niet in een passende functie herplaatst kan worden;
als hij na afloop van verleend langdurig buitengewoon verlof, volgens Gedeputeerde Staten niet in een passende functie herplaatst kan worden;
in verband met arbeidsongeschiktheid;
wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de uitoefening van zijn functie anders dan door arbeidsongeschiktheid;
wegens het verlies van een vereiste bij aanstelling, behalve als het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt;
wegens ondercuratelestelling op grond van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
wegens toepassing van civiele gijzeling voor schulden op grond van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
wegens een onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf in verband met een misdrijf of tot terbeschikkingstelling;
wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens bij of in verband met indiensttreding of keuring, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld;
als disciplinaire straf;
wegens het niet meewerken aan re-integratie bij ongeschiktheid door ziekte of wegens het niet aanvragen van een uitkering op grond van de WIA;
op andere dan de in dit artikel genoemde gronden.
Hoofdstuk 11 › Paragraaf 11.1
Artikel 11.1.1