Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar kan een verzoek indienen om hem geheel of gedeeltelijk langdurend onbetaald verlof te verlenen. 2.. De ambtenaar vraagt langdurend onbetaald verlof minstens drie maanden tevoren aan. 3.. De aanvraag bevat in ieder geval: de datum waarop het verlof ingaat; het aantal op te nemen uren verlof; en de verdeling daarvan over de weken. 4.. Het langdurend onbetaald verlof duurt minimaal acht aaneengesloten weken. 5.. De ambtenaar en zijn leidinggevende stellen in overleg de maximumduur van het langdurend onbetaald verlof vast. 6.. Gedeputeerde Staten kennen de aanvraag voor langdurend onbetaald verlof toe, tenzij het op grond van dienstbelang niet mogelijk is. 7.. De ambtenaar kan verzoeken het langdurend onbetaald verlof op grond van onvoorziene omstandigheden niet op te nemen of te stoppen. 8.. Gedeputeerde Staten kunnen een verzoek tot stoppen of niet opnemen van langdurend onbetaald verlof afwijzen als het door een zwaarwegend dienstbelang niet mogelijk is. 9.. Het stopzetten van het langdurend onbetaald verlof hoeft niet eerder dan na vier weken in te gaan. 10.. In het geval dat het langdurend onbetaald verlof stopt, vervalt het recht op de rest van dit verlof. 11.. Gedeputeerde Staten schorten het langdurend onbetaald verlof op bij samenloop met het zwangerschaps- en bevallingsverlof. 12.. Na afloop van het langdurend onbetaald verlof keert de ambtenaar, als dat mogelijk is, terug in de functie die hij bij begin van dit verlof vervulde. 13.. De ambtenaar aan wie langdurend onbetaald verlof is verleend, direct voor zijn pensionering met het oog op vervroegde uittreding, kan dit verlof niet stopzetten of daarop terugkomen.

Rechtspraak bij dit artikel