**1..** De aanspraken bij ziekte en arbeidsongeschiktheid voor (oud-) ambtenaren, eindigen na afloop van de uitkeringsduur, maar in elk geval met ingang van de dag:
waarop de ambtenaar in het kader van re-integratie bij ziekte in een andere functie is benoemd;
waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of
volgende op de dag van overlijden van de ambtenaar.
**2..** De aanspraken van de ambtenaar die in verband met re-integratie bij ziekte in een andere functie is benoemd en daarom recht heeft op een uitkering, eindigen na afloop van de uitkeringsduur, maar in elk geval met ingang van de dag:
waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de voorwaarden;
waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of
volgende op de dag van overlijden van de ambtenaar.
**3..** De aanspraken van de oud-ambtenaar in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid eindigen na afloop van de uitkeringsduur, maar in elk geval met ingang van de dag:
waarop de oud-ambtenaar in een andere functie is benoemd in het kader van re-integratie bij ziekte;
waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of
volgende op de dag van overlijden van de oud-ambtenaar.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.5
Artikel 7.5.7