**1..** De oud-ambtenaar van wie de bevalling waarschijnlijk is binnen vier maanden na de ontslagdatum, ontvangt haar laatst genoten salaris, salaristoelagen en IKB gedurende de periode die:
begint op de 41e dag voor de vermoedelijke datum van bevalling; en
eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
**2..** Deze periode wordt verlengd tot 16 weken, als de periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken was.
**3..** De oud-ambtenaar van wie de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na de ontslagdatum, maar die toch binnen die periode bevalt, ontvangt haar laatste salaris, salaristoelagen en IKB gedurende de periode die:
begint op de datum van bevalling; en
eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
**4..** Op het salaris, de salaristoelagen en het IKB wordt via een inhouding in mindering gebracht een bedrag, gelijk aan de uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg waarop de oud-ambtenaar gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof recht heeft of gehad zou hebben als zij tijdig een aanvraag voor die uitkering zou hebben gedaan.
**5..** Voor zolang de oud-ambtenaar na beëindiging van de haar toekomende aanspraak nog door ziekte ongeschikt is om te werken, dan wel binnen een maand na deze beëindiging ongeschikt wordt tot werken, dan heeft zij maximaal 52 weken recht op doorbetaling van het salaris, de salaristoelagen en het IKB op basis van een aanspraak bij ziekte en arbeidsongeschiktheid voor oud-ambtenaren. Deze periode begint op de eerste dag na de bevalling.
**6..** Ongeschikt tot geheel of gedeeltelijk werken door ziekte na bevalling is de oud-ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke functie als zij vervulde, te vervullen.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.7
Artikel 7.7.1