**1..** Een aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege zodra die tijd is verstreken.
**2..** Als de aanstelling voor bepaalde tijd na het verstrijken van die tijd voortduurt, wordt de ambtenaar geacht voor dezelfde tijd, doch maximaal voor een jaar, op dezelfde voorwaarden als daarvoor te zijn aangesteld.
**3..** Vanaf de dag dat:
aanstellingen voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, inclusief deze tussenpozen, hebben overschreden, geldt met ingang van die dag de laatste aanstelling als een aanstelling voor onbepaalde tijd;
meer dan drie aanstellingen voor bepaalde tijd elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden geldt de laatste aanstelling als een aanstelling voor onbepaalde tijd;
een aanstelling voor bepaalde tijd wordt aangeboden na een aanstelling voor bepaalde tijd op grond van het zesde lid geldt deze als een aanstelling voor onbepaalde tijd.
**4..** Een aanstelling voor bepaalde tijd, aangegaan voor niet meer dan drie maanden, die onmiddellijk volgt op een aanstelling voor 36 maanden of langer geldt niet als een aanstelling voor onbepaalde tijd.
**5..** Dienstverbanden bij een werkgever waarvan de provincie ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moet worden de opvolger te zijn, worden ook gezien als opvolgende aanstellingen.
**6..** Een aanstelling voor bepaalde tijd, waarbij sprake is van een duidelijk beschreven opdracht of project, kan aangegaan worden voor de duur van de opdracht of het project tot een maximum van 5 jaar. Voor deze aanstelling geldt een opzegtermijn van 1 maand.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.3