Naar hoofdinhoud
1. . De werkgever bepaalt volgens welke regeling de loonbetaling zal plaatshebben: volgens deze regeling; volgens de loonregeling voor de groep waarvan de werknemer deel uitmaakt, die de werkgever heeft vastgesteld nadat hierover overeenkomstig hoofdstuk 12 overleg heeft plaatsgevonden; of op een bedrag, voor elk geval of voor elke te verrichten dienst afzonderlijk vast te stellen. 2. . Het bepaalde in en krachtens hoofdstuk 3 is voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij door toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, anders is bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel